alma op school

Al een tijdje loop ik met een blogstukje over ‘hoe het nu gaat op school’ rond. Maar ik neem er geen tijd voor, het leven is druk met afstuderen (moet ik veel voor schrijven), met ziek zijn, met revalideren, met het leven zelf en met uitstelgedrag (alle afleveringen van In therapie kijken, rondhangen op internet, toch maar eerst de was doen). Maar nu komt het toch, want de was zit in de machine, de appeltaart in de oven en er speelt een schoolvriendinnetje met Alma.

Zoals alles bij ons is het niet simpel, het is niet eenduidig goed of slecht, maar heeft ze goede dagen en slechte, vindt ze het soms erg leuk en soms erg stom, verveelt ze zich soms te pletter of doet ze zo veel dat ze te moe is om nog goed te eten voordat we haar in bed leggen. Ze maakt zich zorgen of ze het wel kan, in een groep iets leren, begrijpen hoe grapjes werken, hoe andere kinderen in elkaar zitten en soms is ze jubelend tevreden, heeft ze de hele dag samen met een ander kind gespeeld en voelt ze zich omringd door fijne mensen.

De eerste twee weken op school waren wittebroodsweken, alles was fijn en leuk, spannend en nieuw, vol beloftes van heerlijke dingen. Daarna kwamen twee weken waarin Alma het niks vond, ze wist niet hoe ze de dingen die ze wilde voor elkaar moest krijgen, de kinderen waren niet aardig, de begeleiders begrepen haar niet en ze wilde terug naar huis komen. Maar toch ook niet. Ook voor ons gold dit een beetje, wat heerlijk was het om haar elke dag weg te brengen en weer op te halen, maar toen bij haar na twee weken de moppertjes kwamen en de twijfel, kwamen ze bij ons ook. Anders dan bij Alma, maar toch ook.

Alle andere kinderen zijn vooral bezig met ontscholen (de periode die kinderen nodig hebben om zich aan te passen aan een zelfstandige manier van leren, zonder de duidelijke structuur van een juf voor de klas). Ze komen allemaal net van school en willen vooral rennen, buiten zijn, spelletjes op de computer doen, youtube kijken, bomen klimmen, Donald Ducks lezen, pizza opwarmen voor de lunch, naar de supermarkt gaan en meer van dat soort dingen. Het woord leren roept automatisch een afwerende reactie op. Voor Alma is dat anders, zij heeft deze periode allang achter de rug, want ze is al zolang thuis en gewend aan leren op haar eigen manier. Daar hadden we allemaal niet aan gedacht, de begeleiders niet en wij ook niet. Alma wil best dingen leren, wil best meegenomen worden op een reis door wat er allemaal te leren valt. Voor haar zijn computers niet alleen om spelletjes op te doen, maar ook om te gebruiken om op een website iets op te zoeken dat ze wil weten. Alleen wilde ze geen spelbreker zijn en vragen of zij ook eens op de computer mocht om bij http://entoen.nu/ iets op te zoeken over Willem de Zwijger. Dat ging ze toen maar thuis doen, zoals ze gewend was.

Ik ben maar eens op een woensdag met Alma gaan zitten en heb gevraagd wat ze wilde doen op school. Vervolgens zijn we gaan kijken wat ze daar allemaal voor nodig had om die dingen te doen, hulp van wie? materiaal van waar? Wist ze eigenlijk wel wat er allemaal op school was, en waar ze kon vinden wat ze nodig had? We besloten dat ze een tijdje haar eigen computer van thuis naar school kon meenemen, met haar eigen eindeloos lange internetkabel, zodat ze voor haar gevoel geen spelbreker hoefde te zijn. We gingen samen naar de bieb in het weekeinde zodat ze boeken mee kon nemen naar school over de onderwerpen die ze wilde bestuderen, net zoals we op de thuisschool deden. Ze maakte een lijstje van begeleiders die ze om hulp wilde vragen, Marcel voor het in en uit de boom leren klimmen, Anouk voor rekenen en geschiedenis, Mieke voor voorlezen en helpen beslissen of je wel of niet je eigen geld wil uitgeven aan frisdrank.

En tijd hielp ook. Ze leerde hoe je voor jezelf opkomt als degene met wie je samen verantwoordelijk bent jou altijd de afwas laat doen. Ze leerde dat je niet als meisje hoeft te vegen in de hut die de jongens aan het bouwen zijn, dat je daar nee tegen kan zeggen. Ze leerde om zelf te voelen hoe ze zich voelt zonder dat ik haar daarbij help. Ze leerde dat ik gewoon nog leef als ze weer thuis komt, dat ik zonder haar kan. Ze leerde dat ik er voor haar ben als ze weer thuis komt en dat ze dan de dingen van de dag kan bespreken. Ze leerde dat ze het fijn vindt om een thermoskan thee mee te nemen en spullen om een tosti te maken. Ze leerde de begeleiders kennen en vertrouwen, zodat ze makkelijker om hulp kan vragen. Ze heeft een begeleider gevonden die elke donderdag kookles wil geven. Ze leerde omgaan met een BMK, de bemiddelingskring (die kan je bij elkaar roepen als iemand de regels heeft overtreden en jij daar last van hebt), door zelf ter verantwoording geroepen te worden of dat bij iemand anders te doen. Ze leerde wat er van een voorzitter verwacht wordt bij een schoolkring vergadering. Ze durft haar pianoboeken mee te nemen zodat ze op school kan studeren. Ze durfde haar nieuwe witte knuffeltijger mee te nemen zonder dat ze bang was om uitgelachen te worden. Wennen aan dingen helpt. Er zijn ook nieuwe kinderen gekomen, de groep wordt groter. Dat helpt ook, want ze is niet meer het enige meisje van negen en de nieuwe meisjes vindt ze erg aardig.

Voor ons is het wennen om vertrouwen te hebben in de anderen die Alma nu begeleiden. Er gebeuren dingen waar we niet aan gedacht hadden en daar moeten we onze positie ten opzichte van bepalen. We realiseren ons dat het veel makkelijker is voor ouders om samen af te stemmen wat we belangrijk vinden voor ons kind dan met zo’n groep mensen die we nog nauwelijks kennen. We zien dat de begeleiders ook nog aan het ontscholen zijn, dat ze het makkelijker vinden om te vragen wie er zin heeft om naar het bos te gaan, dan wie er zin heeft om te rekenen. We zien dat begeleiders het woord leren vooral interpreteren als iemand iets leren (teach) dan zelf iets leren (learn) en dat ze daarom er erg terughouden mee zijn om dat woord te gebruiken. De begeleiders zijn nog erg bezig met het realiseren van de school, het grote geheel in plaats van ons individuele kind.

Maar ook daar helpt de tijd. Iedereen leert de ander beter kennen. Er is tijd en ruimte om met elkaar te praten. We zien elkaar als partners in het leerproces van ons kind. Er staan opeens tijden op het bord wanneer een begeleider een bepaald vak begeleidt. Er wordt voorgelezen uit Harry Potter. Er ontstaat wat meer structuur zonder dat men daar angstig van wordt. Wij leren om even af te wachten. En vooral zien we wat Alma er allemaal van leert, hoe ze groeit in samen kunnen zijn.

Over Josh Moll

Josh Moll, blogger over breien, thuissschool, sarcoïdose en hoogbegaafdheid
Dit bericht werd geplaatst in alma is alma, school. Bookmark de permalink .

Een reactie op alma op school

  1. Ils Klijnsma zegt:

    Heel herkenbaar…
    Onze kinderen willen echt leren! De klassieke studie is een deel van hun zelf en niet een verplicht vak. Maar de kinderen uit de groep kunnen knap vervelend zijn, omdat ze eigenlijk niet willen, maar moeten leren van hun ouders. Kijk, en daar ergeren die van mij zich dan weer aan.
    Bovendien is leren omgaan met Franstalige kinderen toch niet zo vanzelf sprekend als werd aangenomen. Dat vereist extra aandacht van de leerkracht, maar daar nemen ze de tijd niet voor. Ze zijn te druk met het geheel. En vragen in het voorbij gaan gauw even of alles goed gaat – retorisch – verwachtend dat wij even snel ja knikken.
    Dus worden mijn kinders voor de leeuwen gegooid en moeten het voor een stuk gewoon zelf zien te rooien. Dat lukt wel, maar het is toch niet wat ik verwachtte.
    Ik ben blij jullie binnenkort weer eens te zien….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s