doe één ding tegelijk

Voor mijn vroegere kwikzilvere ik is dit het moeilijkste voornemen van allemaal. Maar één ding? Ik snap niet zo goed hoe dat kan, wat dat überhaupt is, ondanks de uitleg die ik nu al maanden van de ergotherapeut en psycholoog krijg, ondanks het abstracte weten dat ik ook wel heb, ondanks het oefenen in mindfulness, ondanks het mediteren.

In Amsterdam kwam het allemaal knalhard binnen. Amsterdam is de stad waar ik gewoond heb, van mijn 17de tot mijn 28ste. De jaren van zelfstandig worden, liefdes krijgen en verliezen en Sytze vinden, kraken, woongroepen, vrouwengroepen, werken, even op reis gaan en weer terugkomen, veel verhuizen, feesten, uitgaan, nergens bang voor zijn, vrienden maken, nachtenlang praten of door de stad wandelen. De stad die ik van haver tot gort ken en waar ik van hou. Maar nu is de stad opeens geen vertrouwde jas meer, ik kon niet eens zelfstandig naar buiten, want eerst moest de scootmobiel een steile trap af. De supermarkt die altijd open is, is aan de overkant, vanuit het raam kan je dag en nacht laden en lossen zien, maar ik kan niet eens voor het ontbijt een croissant halen voor ons allemaal. De croissantjes komen wel op tafel, maar door grote zoon, niet door mij. Als we door de 9 straatjes gaan, ben ik na één straatje al moe van de vele indrukken: het rijden op de scoot, wat ik zie, het gevoel dat ik op Alma moet passen, mijn paniek omdat ik de hele tijd van alles voel en geen tijd heb om te verwerken voor er iets anders binnenkomt. Ik raak de weg kwijt, weet niet meer welke kant “huis” is, word daar boos van, raak nog meer in paniek, verzet me tegen wat ik voel en dan treed er een soort kortsluiting op. Ik zie dan niets meer echt, laat alles langs me glijden en ben alleen nog maar moe. Mijn beeld van wie ik ben en de werkelijkheid van wie ik ben liggen mijlenver uit elkaar.

De eerste avond ging het nog net, we gingen alleen van de Paleisstraat naar de Geldersekade, eten in Nam Kee en op de terugweg leidde Sytze ons door rustige wegen naar huis. De oude Hoogstraat was op de heenweg erg druk geweest, maar ik was nog fris en kon genieten van Alma’s opwinding en me concentreren op het rijden met een scootmobiel door de binnenstad van Amsterdam. Ik was wel trots op mezelf, zie me eens gaan! Het eten was een succes, Alma vond Pekingeend heerlijk en we genoten van het uitje. Moe maar tevreden thuis. De eerste ochtend was ook fijn, door een uitgestorven binnenstad, in het zonnetje, op eerste Kerstdag. Alma maakte een parcours van de bordestrappen en ik reed heel rustig naast haar terwijl Sytze de boel bewaakte. Bij Atheneum zat ik even heel stil in de zon terwijl de andere twee strip- en gewone tijdschriften uitzochten. Maar vanaf dat moment was ik eigenlijk klaar. En toen begon het pas. Twee Kerstdiners, allebei op zich heel fijn, met mensen van wie ik houd, maar meestal na een tijdje in een waas van vermoeidheid. Wel vier nachten in een vreemd bed. Onze grote zoon was een paar dagen van de partij, ook heel fijn, maar daardoor waren alle routines van ons drie anders. Het werd een werveling van dingen die we deden, die er om me heen gebeurden, dingen die we kunnen gaan doen, dingen om over na te denken. In mijn herinnering zijn er gouden puntjes: Alma op de bordestrappen, zitten in de zon, bij Olaf kijken hoe hij Need for Speed speelt, bij het houtvuur zitten bij G.en M., in de lift van het Amsterdammuseum (ik heb het gehaald!), zitten bij de Burgermeester (maar te moe zijn om te eten), het tochtje in de paardenkoets (niets hoeven, alleen maar kijken).

Ik merkte dat ik het niet kon, ’s avonds op de scoot naar de Burgermeester rijden terwijl iemand tegen me praat, of terwijl Alma en de rest tikkertje doen en ik in mijn idee Alma steeds onder een auto zie verdwijnen. Het is al moeilijk genoeg om mezelf bij elkaar te houden terwijl ik door de stad rijd. De auto’s hebben felle lichten, de fietsers komen van alle kanten, er gebeuren dingen die ik niet gezien heb, ik heb geen overzicht, ik moet de op- en afritten van de stoep vinden. In een minuut of tien ben ik een zweterige dweil en ben ik op.

OK, één ding tegelijk dus. Koken is eerst alles klaarzetten, dan voorbereiden en dan alles stapje voor stapje doen. Tussendoor pauze houden, kleine mini pauzes van een paar minuten waarbij ik alles op een rijtje zet. Douchen, aankleden, boodschappenlijstjes maken. En dan kan ik toch Oud en Nieuw vieren, met B. en I., bij ons thuis, met zelfgebakken oliebollen (samen met Alma) en een lekker diner (samen met Alma en Sytze). En dan is het ook goed.

Over Josh Moll

Josh Moll, blogger over breien, thuissschool, sarcoïdose en hoogbegaafdheid
Dit bericht werd geplaatst in experiment, koken, sarcoïdose, uitje, vrienden, ziek. Bookmark de permalink .

2 reacties op doe één ding tegelijk

  1. Klijnsma zegt:

    Nou Josh, als het een troost mag wezen, heb je veel meer gedaan dan ik.
    Om half elf lagen Daniël en ik te snurken in de zetel.
    Doodop van de pre-feestdagen! Saaie pieten, hé!

  2. Mirjam zegt:

    Heftig (weer) Josh! Moeilijk!
    Is er nog iets wat ik voor je kan doen?
    xxx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s