Vanaf deze week wordt er veel op het bord gewerkt, op verzoek van Alma. Grote vermenigvuldigsommen worden op het whiteboard uitgewerkt, met veel plezier en over het algemeen met verbazingwekkend gemak:

Op het schoolbord, aan de andere kant van het whiteboard, verschijnen lange lijsten woorden:

We bespreken de spellingsregels. Alma wil weten hoe het allemaal moet, ze is het zat om niet te weten hoe het echt moet. Na uitleg spelt ze steeds meer woorden, en maakt steeds minder fouten, terwijl ik ze in mijn mooiste blokletters opschrijf. Sinds vandaag ook woorden waar twee regels tegelijk bij horen: dwaas – dwazen. Ze vindt het leuk, ze is beretrots als ze het zomaar goed spelt, ze wil nog een keer alles wegvegen en nog een nieuwe lijst. Ze legt me uit dat de ‘en’ altijd een medeklinker erbij wil anders voelt ze zich niet veilig, ze zegt dat een klinker aan het eind van een lettergreep ook alleen kan zingen, want er houdt geen medeklinker hem tegen. Ze maakt de regels zo begrijpelijk voor zichzelf. Ik geniet en beweeg mee op ge golven van haar leren.
Het houdt me bij het leven, met beide voeten op de grond. Want ook N. is nu gestorven, in haar slaap vergleden. Zaterdag gaan we weer zingen om een kist van een dierbaar mede-koorlid. Het is een verdrietig jaar met drie vriendinnen die gestorven zijn.






















